'Parmaham uit Parma, dus niet uit Utrecht'

Kaaswinkel De Ridder op het Purmerplein

Zijn klanten noemen hem Kootje Kaas. Zo heet hij niet. Of meneer De Ridder. Zo heet hij ook niet. De zaak heet De Ridder. Híj heet Co van Kooten. Co (1952) was ooit werkzaam in de landbouwmechanisatie en nam rond 1980 met zijn toenmalige echtgenote de winkel in kaas en fijne vleeswaren over van zijn schoonvader Jan de Ridder.

De goedgevulde kaaswinkel met Co van Kooten  <p>Foto: Peter Schrijnders, Parool, december 2010.</p>

De goedgevulde kaaswinkel met Co van Kooten

Foto: Peter Schrijnders, Parool, december 2010.

By: Anika van de Water

All rights reserved

Co: "De familie De Ridder had een boerderij in de Buikslotermeerpolder. De zoons ventten de producten: boter, kaas, melk, eieren, eenden en konijnen uit. Ze gingen dan elk met een hondenwagen de stad in. Bij het tolhuis werden de honden in een kooi gezet, de broers namen de pont en iedereen nam dan een eigen wijk in de stad." Waarom die honden niet ook meegingen op de pont en in de stad nog even doortrokken, vertelt het verhaal niet.

De boerderij moest verdwijnen vanwege huizenbouw, De Banne, en zoon Jan besloot op het Purmerplein een winkel te beginnen. Dat was in 1937. Co: "Ik heb een foto gezien van zijn openingsaanbieding: Edammer kaas, twaalf cent per pond. Nu kost die kaas EUR 5,50 per pond." De koopkracht van twaalf centen toen is een euro nu. Kaas is dus fors duurder geworden, kunnen we concluderen.

Nou levert Co ook uitsluitend eerste klas waar. "Mijn kaas komt van Cono, de coöperatie uit de Middenbeemster. Er lopen hier wel eens vertegenwoordigers binnen met andere kaas. Ze zien Cono staan en druipen af. Er is geen betere. Mijn parmaham komt uit Parma en niet uit Utrecht. En mijn vleeswaren neem ik af van Frans Louman, de topslager uit de Jordaan." We geloven Co. Hij heeft ook uitstekende gerookte ganzenborst, 'geschoten in Waterland'. De kogeltjes in de borst bewijzen in elk geval dat ze wild zijn. Buffelmozzarella kan hij niet aanslepen, hij heeft vele andere Italiaanse en Franse kazen. "In 1980 begonnen we met brie, camembert en Boursin. Moet je nou kijken. Eén paté hadden we, zo'n roompaté. Nu een stuk of zes, waaronder een van ree."

Het gaat goed met het Purmerplein, vindt Co. "Vroeger had ik hier spitsuur met rollators, nu met kinderwagens. De huizen worden verkocht aan jonge gezinnen, er zit toekomst in. Onlangs is meneer Donner naast me begonnen, die trekt ook veel publiek." Het blijkt te gaan om een leverancier van döner kebab.

Klant Tonny komt de zaak binnen. "Co is een aardige man. Hij paait ons door jongedame tegen ons te zeggen." Co legt de boodschappen bij elkaar. "Schat, wil je er een slangenlederen tasje bij?" Dat wil Tonny wel. En Co pakt een effen wit plastic zakje.

Meestal gaat het zo ontspannen. Niet altijd. "Ik had een oudere dame die meerdere keren per week een paar ons kaas en vleeswaren kocht. 'Want de kinderen komen eten'. Ik wist dat ze helemaal geen kinderen had. Ik probeerde haar steeds van die koop af te houden. Maar wat moet je als ze aandringt? Aan het eind van de week gooide de thuiszorg al dat eten in de vuilnisbak."

Als Jan de Ridder in groente had gezeten, was Co dan nu groenteman geweest? "Met groente heb ik geen affiniteit. Wel met vleeswaren. Maar vooral met kaas."

Dit artikel is onderdeel van een serie over Amsterdamse buurtwinkels die eind 2010 in het Parool verscheen. 

All rights reserved

1000 keer bekeken