Het buurtverhaal van mevrouw Repko

Volewijck

Dinsdag 31 mei vond er weer een ‘Verhalen van Vroeger’- bijeenkomst plaats. Tijdens deze bijeenkomst zijn leerlingen (3e klas VMBO) van het Bredero College, Buiksloterweg in Amsterdam-Noord, in gesprek gegaan met een oudere buurtbewoner over buurtwinkels van vroeger. Het gesprek vond plaats in de buurtlocatie van het Amsterdam Museum in de van der Pekstraat 2 in Amsterdam-Noord. Hieronder het verslag van Gijs (15) en Trevor (15)

 Het interview met mevrouw Repko

Het interview met mevrouw Repko By: Samir ter Lüün

All rights reserved

Mevr. Repko (84) kwam oorspronkelijk uit Haarlem, heeft 35 jaar een winkel gehad in de van der Pekbuurt, maar woont nu al 25 jaar nabij het IJ-Plein. Tegenwoordig komt ze voornamelijk bij de Dirk v/d Broek omdat er in de buurt niet veel anders is om boodschappen te doen.

Haar man was zetbaas van de lokale winkel Co-op. In de buurt van deze winkel waren de winkels: Albert Heijn, de Spar, De Grujter en gespecialiseerden winkels zoals: een fietswinkel, kledingwinkel enz.  

Hun winkel had veel vaste klanten die in de buurt van de winkel woonden. Ze kwamen in de ochtend vaak koffie drinken en er was ook veel sprake van sociale controle.

Ook werd er vaak op de pof gekocht, er werd niet direct voor betaald maar in termijnen. Werd er niet betaald dan dreigde de zetbaas het tegen de bazen van de klant de zeggen waarna het resterende schuldbedrag van het loon werd afgetrokken.

De winkel Co-op verkocht alles wat een kruidenier verkocht zoals levensmiddelen maar geen groente.

De verschillen (nu en toen)

Er waren vroeger geen buitenlandse maaltijden, niets was voorverpakt, alles werd afgewogen en kaas en worst werd zelf gesneden. Ook was er meer contact met  de buurtbewoners dan tegenwoordig, je kende bijna iedereen uit de buurt en als je bijvoorbeeld ziek was kon iemand anders je boodschappen doen (sociale controle). 

De winkel 

In de winkel werkte de vrouw ook ,de rede hiervan is omdat de winkel geen personeel had.  De winkel had een klein toonbankje in het midden van de winkel en schappen langs de muren ,met daar de producten in. De klanten mochten hun producten niet zelf pakken dat deed de winkelier. De winkel was elke dag open (van half 9 tot 6uur) behalve op dinsdag en de zondag. Omdat toen de IJ-tunnel er nog niet was moesten alle auto's met de pont, maar omdat het heel lang duurde kwamen mensen vaak snacks kopen voor onderweg of voor de wachttijd voor de pont. 

De man deed alle boekhoudingen en financiën en de vrouw deed het onderhoud van het huis en de winkel. Uit eindelijk moest de winkel sluiten wegens teruglopende omzet.

De buurt 

Als je hier in de buurt wou wonen moest je een vast inkomen hebben. De huizen waren niet van een woonbouwvereniging ,maar van de Gemeente van Amsterdam-Noord. De bewoners vonden het een nette leuke en gezellige buurt met mensen uit de //middenklas// ,wel was er onderling haat tussen de verschillende buurten en deed je in je eigen wijk boodschappen.

All rights reserved

449 keer bekeken